Logo
  • Nieuws
  • 22 maart 2017
  • Tom Tuning
  • Bron: CfPB

Welk kantoortype past bij uw organisatie?

Wie op zoek is naar een geschikt kantoortype voor zijn eigen organisatie, stelt zich de vraag welke typen er zijn, wat de ervaringen daarmee zijn en of het nodig is aanpassingen te maken. Een hulpmiddel daarbij is de WODI Werkplek Benchmark van het Center for People and Buildings (CfPB). De benchmark maakt onderscheid tussen traditionele cellenkantoren, combikantoren met vaste werkplekken en combikantoren met flexibele werkplekken.

Beeld Welk kantoortype past bij uw organisatie?

Combikantoren met flexibel werkplekgebruik scoren goed op architectuur, sfeer en uitstraling, maar scoren matig op functionele aspecten. Traditionele cellenkantoren hebben een saaie uitstraling, maar scoren beter op concentratie, privacy, akoestiek en archiefmogelijkheden. Het combikantoor met vaste werkplekken scoort op meerdere gebieden goed, maar is ook een dure oplossing. Zo blijkt uit de meest recente WODI Benchmark.

In 2003 startte CfPB met de ontwikkeling van de WODI, een wetenschappelijk gefundeerd werkomgevingsdiagnose instrument. Doel is om systematisch gegevens te verzamelen over gebruik en beleving van kantoorgebouwen door eindgebruikers. De methode WODI zoals we hem nu kennen bestaat behalve uit een vragenlijst ook uit de verzameling van gebouwgegevens en plattegronden en wordt in veel gevallen verrijkt met groepsinterviews met als doel de duiding van de resultaten van de vragenlijsten.

Impact op arbeidsproductiviteit

Een opvallend resultaat betreft de ondersteuning van de arbeidsproductiviteit. Cellenkantoren zouden gemiddeld 10 procent beter scoren dan flexibele werkplekken op (zelf gerapporteerde) individuele productiviteit en 7 procent beter op teamproductiviteit. Ook is de score op de communicatiemogelijkheden opvallend: openheid hangt niet samen met betere communicatiemogelijkheden. Waarschijnlijk komt dit doordat het als storend kan worden ervaren om langs collega’s te gaan of doordat teamwerk lastiger wordt, omdat mensen niet meer vast bij elkaar zitten.

De mate van tevredenheid over de werkomgeving staat overigens los van de bezettingsgraad, aangezien bij een hogere ontevredenheid de piekbezetting lager blijft dan 70%. Eén van de redenen van de ontevredenheid zou kunnen zijn dat de akoestiek niet optimaal is, ook wanneer het kantoor niet vol. Daarnaast zouden medewerkers bij drukte niet op hun voorkeursplek of afdeling kunnen zitten en moeten zij uitwijken naar plekken die niet arbo-conform zijn. Bovendien functioneren bepaalde persoonlijkheidstypes moeizaam in een open werkomgeving. Door de werkruimte te beperken zouden basisbehoeften, zoals concentratie, privacy en sociaal contact in gedrang komen. 

Werkprocessen en implementatie

De door medewerkers intuïtief ervaren effecten van beperking van ruimte, gekoppeld aan onzekere bedrijfsomstandigheden, kunnen de beleving van medewerkers in hun werkomgeving negatief beïnvloeden. Daarom is het relevant dat er wordt gekeken naar werkplekoplossingen die passen bij de werkprocessen en werknemers en dat er aandacht wordt gegeven aan implementatie en gedragsbeïnvloeding.

Conclusie uit de benchmark is ook dat er een aanvaardbare schaarste van werkplekken aanwezig moet zijn op kantoor en dat architecten met verschillende uitwerkingen moeten komen om problemen rond privacy en akoestiek tegen te gaan.

Producttips