Andere onderhoudsbehoeften ontstaan naarmate een installatie veroudert. Deze onderhoudsbehoeften worden gecreëerd om de functionaliteit te waarborgen. Deze behoeften worden niet tegemoet gekomen door planmatig onderhoud. Dit is namelijk een achterhaald concept.
Een tegenhanger van planmatig onderhoud, is te vinden in resultaatgericht onderhoud. Het grote verschil met resultaatgericht onderhoud is het streven naar een langdurige werkrelatie en het wegnemen van risico’s waarbij de nadruk kan liggen op: het behouden van de huidige situatie, het waarborgen van de bedrijfszekerheid of het realiseren van een kostenoptimalisatie.
De onderhoudende aannemer krijgt deze taken en verantwoordelijkheden overgedragen van de eigenaar. Dit heeft als voordeel dat de opdrachtgever precies kan inschatten op welk bedrag de kosten uitkomen voor het komende jaar. Dit kan aangezien de risico’s worden doorgeschoven. Dit is teven een extra stimulans voor de aannemer. De aannemer draagt namelijk de risico’s en slecht onderhoud betekent immers meer kosten wat direct door drukt op de winstmarges.
Wanneer de overeenkomst juist is vormgegeven, laat het de aannemer vrij om op zijn eigen manier invulling te geven aan de gestelde eisen, natuurlijk rekening houdend met eventuele wettelijke normen. De opdrachtgever focust alleen op het afgesproken resultaat en hoeft daarmee zich in veel mindere mate te bemoeien met operationele aspecten.
Voor opdrachtgevers zijn veelal kostenbesparing, risicospreiding en meetbaarheid redenen om een prestatieovereenkomst te overwegen. Er is inmiddels sprake van een echte trend. In de markt komen we nogal wat verschillende vormen van prestatiegericht onderhoud tegen. Hieronder wordt de prestatieovereenkomst op basis van NEN toegelicht.
Om een conditie van een installatie te kunnen meten, is het belangrijk over een objectieve en onafhankelijk genormeerde methode te beschikken die is vastgesteld in een NEN norm. Dit is dan ook precies het doel van de NEN 2627, die het creëren van uniformiteit en het objectief beoordelen van de condities van verschillende technische installaties waarborgt.
NEN 2767: conditiemeting
De NEN 2627 onderscheidt hierin de volgende vier vakgebieden:
Alle relevantie installaties worden voorzien van een code, de zogenaamde NL/Sfb-code. Deze codering is in de jaren vijftig in Zweden ontwikkeld voor classificatie van gebouwdelen ten behoeve van kostencalculaties en bestekomschrijvingen.
De SfB-code bestaat uit drie delen:
De gecodeerde installaties worden vervolgens uitgebreid gecontroleerd, zodat de huidige conditie en eventuele gebreken kunnen worden vastgesteld. Aan de hand hiervan wordt per installatie of onderdeel een rapportcijfer berekend dat als maatstaf dient voor de kwaliteit. Dit rapportcijfer varieert van 1 (splinternieuw en uitstekend functionerend) tot en met 6 (niet meer functioneel en niet repareerbaar).
De eventuele gebreken die worden geconstateerd, worden geregisterd volgens de standaard gebrekenlijst eveneens benoemd in de NEN 2767. Op elk moment kunnen nu de statussen van de installaties gecontroleerd en vergeleken worden met eerdere metingen of afspraken in de overeenkomst tussen opdrachtgever en aannemer.
Omdat de NEN norm erg duidelijk is over de methodiek van conditiebepaling worden persoonlijke interpretaties tot een minimum beperkt en zullen verschillende inspecteurs toch dezelfde conditie vaststellen. Eindeloze discussies behoren hiermee tot het verleden, er wordt geen aandacht afgeleid van het feitelijke onderhoud.
Vaak wordt van de onderhoudsaannemer verwacht dat gedurende de looptijd van het contract dezelfde conditie wordt behouden. Eventuele reparaties of investeringen in de installaties om de conditie te behouden vallen voor rekening van de aannemer. Onderhoud volgens NEN 2767 richt zich voornamelijk op waardebehoud van de installatie en het beheersen van kosten.
Interessante links:
Website NEN
http://normen.nen.nl/nen/
Overicht NEN normen Wikipedia
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_NEN-normen